Variatie I:

  1. De hoofdzaak is: boter in de pan zacht smelten tot het lichtbruin is (Doe er nog een half theelepeltje suiker bij!). Dan het vlees erin leggen en even aan beide kanten smoren.
  2. Dan laag laten braden: maar dan na elke minuut een klontje boter er bij, dus vier klontjes boter bij vier minuten aan de ene kant en ook zo aan de andere kant, anders wordt de jus te donker. En je moet de pan steeds heen en weer schuiven.
  3. Daarna het vlees er uithalen en een paar theelepeltjes melk in de jus. Wat heen en weer schudden (de pan) en dan lost de jus zo mooi op. Het wordt egaal zonder donkere deeltjes jus en daarna pas een scheutje water.
  4. Zelfs zonder vlees is de jus lekker, als het begin maar goed is: niet te licht de braadboter, maar lichtbruin voor het vlees erin gaat.

Variatie II

  1. 75 gram boter en evenveel gesmolten rundvet, 2 koppen water
  2. Neem een diepe braadpan en laat er 75 gram boter en evenveel gesmolten rundvet in bruisen.
  3. Wentel de ballen daarin rond, zet het vuur half laag en plaats een deksel schuin op de pan. Braad de ballen onder af en toe omdraaien rondom bruin.
  4. Blus de jus af met 2 koppen water en laat de gehaktballen nog een half uurtje na sudderen.

Opmerking: Op deze manier krijgt u wel een behoorlijk vette (echter wel een smaakvolle) jus, maar dat was ook oma’s bedoeling!